
Titel: Hoogbegaafde kinderen versnellen niet
Auteur: Renata Hamsikova
Uitgeverij: IEKU Advies
Jaar: 2016
ISBN: 9789080417441
Meer info: IEKU.nl
Samenvatting
Hoogbegaafde kinderen versnellen niet van Renata Hamsikova is een uitgebreide gids over onderwijsaanpassingen voor hoogbegaafde leerlingen. Het boek benadrukt dat deze kinderen in hun eigen tempo leren, wat vaak sneller is dan gemiddeld, en dat het onderwijs hun ontwikkeling moet volgen in plaats van hen te ‘versnellen’. Hamsikova bespreekt misvattingen over versnellen en biedt praktische tips voor het signaleren van hoogbegaafdheid en het opstellen van persoonlijke leerplannen. Ze pleit voor onderwijsaanpassingen zoals compacten en verrijken, en behandelt onderwerpen als het belang van een passend leerklimaat en de rol van de leerkracht als coach. Het boek bevat tevens verhalen van ouders en kinderen, en biedt een stappenplan voor onderwijsaanpassing op school.
Het boek/ de Glossy
Dit werk bestaat uit 17 hoofdstukken en 6 bijlages. De opbouw van het tijdschrift is via deze hoofdstukken praktisch en prikkelend van aard. Waar wordt begonnen met de kennisopbouw ‘Wat weet u van hoogbegaafdheid?’ waarin theorieën, testen en het beoordelen van hoogbegaafdheid worden besproken, wordt de lezer al snel geprikkeld met de vraag “Vier jaar over een schooljaar doen?” in het hoofdstuk waarin geponeerd wordt dat “hoogbegaafde kinderen niet versnellen”. Omdat hoogbegaafde kinderen (vaak) snelle denkers zijn, zijn zij namelijk in staat om een schooljaar in een hoger tempo te doorlopen; maar aangezien dit hun eigen ‘normaal’ is, kan er geen sprake zijn van versnellen. Versnellen bestaat alleen maar wanneer de vergelijking gemaakt wordt met anderen (en dát wordt pedagogisch gezien ouders toch juist vaak ontraden?!).
Hamsikova bespreekt vervolgens allerlei misvattingen over leerlingen die versnellen – zoals de misvatting dat er nadelige gevolgen zouden kunnen zijn, of dat kinderen vooral moeten spelen. (Er wordt de kinderen niets ontnomen! Vaak hebben ze zelf een enorme leerhonger.) Dat een hoogbegaafde altijd maar een hoge score op een toets zou moeten behalen, wordt uiteraard ook besproken; waarbij de top-down benadering bij het bekijken van de (meerkeuze)vragen en lesstof een hoogbegaafd kind kan benadelen. Het aanpassen van de omgeving aan de behoefte van het kind, waarbij niet alleen wordt gekeken naar de fysieke lijftijd, maar ook de geestelijke leeftijd wordt meegewogen, vormt een belangrijk uitgangspunt in de stellingname van Hamsikova. De asynchrone ontwikkeling – waarbij de ontwikkeling in sprongetjes gaat en het denkniveau bijvoorbeeld op het niveau van een 12-jarige kan zitten (‘leeftijd’), maar waarbij het kind fysiek in het lichaam van een 8-jarige zit – wordt uitgebreid besproken (‘lijftijd’).
Dat het ‘versnellen’ op verschillende wijzen kan worden gedaan, verdient zijn eigen sectie in de glossy. Hiermee wordt de afwijking van andere kinderen uit hetzelfde geboortejaar bedoeld. Maatwerk is geboden waarbij gekeken wordt op welke manier behoeften vervuld kunnen worden. Het voorstel tot versnellen, kan worden gedaan door een of meerdere bij de begeleiding betrokkenen. Het is uiteraard belangrijk dat de versnelling goed begeleid wordt, vanwege het gebrek aan overzicht en het risico op het ontwikkelen van faalangst en onzekerheid. Let wel: het ontwikkelen van faalangst en onzekerheid kan juist óók ontstaan wanneer een kind in een niet-passende omgeving zit, wegens gebrek aan mogelijkheden tot spiegelen. Argumenten die scholen tegen versnellen gebruiken, maar ook verschillende varianten van versnellen, worden door Hamsikova benoemd.
Belangrijk in deze context is het citaat dat Hamsikova van “A Nation Deceived” aanhaalt op pagina 43: “Gelijke kansen in het onderwijs is niet hetzelfde als gelijke behandeling. Gelijke kansen wil zeggen dat de school rekening houdt met individuele verschillen in het gemak om te leren en de waarde van elke leerling erkent.”
Waar het afnemen van een IQ-test het werkdomein van psychologen en orthopedagogen is, kunnen leerkrachten en docenten wel leerlingen identificeren. Een officiële diagnose is niet (altijd) noodzakelijk. Wanneer het inzicht er is dat een leerling andere, aangepaste behoeften heeft, kan dat op verschillende manieren worden aangepakt. Dit wordt vanaf hoofdstuk 10 besproken, wanneer Hamsikova het heeft over het inrichten van het onderwijs, schoolbrede afspraken, leerplannen en lesmateriaal. De stellingname dat kinderen vanaf het moment dat zij op school komen al uitgedaagd zouden moeten worden, inclusief het aanbieden van plusklassen, wordt hierbij uitgewerkt. Helaas is dit op veel kindcentra en scholen nog niet mogelijk, maar het zou wel wenselijk zijn. Hamsikova pleit er nadrukkelijk voor om te differentiëren tussen hoogbegaafden (130-144 IQ) en uitzonderlijk hoogbegaafden (145+ IQ), aangezien de laatstgenoemde groep nog specifiekere behoeften heeft.
Tot slot wordt er ruimte gelaten voor het persoonlijke verhaal. Voor ouders is het niet eenvoudig om een (uitzonderlijk) hoogbegaafd kind op te voeden en steeds maar weer uit te moeten leggen dat hoogbegaafdheid niet synoniem staat aan goed kunnen leren. Het betreft vaak een eenzaam traject, dat steeds weer op onbegrip stuit. In het laatste gedeelte van de glossy worden ervaringsdeskundigen aan het woord gelaten en wordt nogmaals benadrukt dat het wenselijk kan zijn om advies in te winnen bij hoogbegaafdheidsspecialisten.
Conclusie
Een toegankelijke glossy die, ondanks dat deze al in 2016 verscheen, de belangrijkste aspecten van hoogbegaafdheid belicht, met bijzondere aandacht voor het thema versnellen. Een waardevol document voor zowel ouders als onderwijsprofessionals, waarin mythes worden ontkracht en praktische handvatten worden geboden. De combinatie van theoretische onderbouwing, praktijkvoorbeelden en ervaringsverhalen maakt dit tot een compleet naslagwerk voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling van hoogbegaafde kinderen en wil begrijpen hoe hun specifieke onderwijsbehoeften het beste kunnen worden vervuld. Dit werk zou sterk aanbevolen literatuur op PABO’s moeten zijn en elke school zou een exemplaar in de lerarenkamer moeten hebben liggen!
C. Annemieke Romein
Gepromoveerd historica (2016); wetenschappelijk onderzoekster aan de UTwente op het snijvlak van digitale geesteswetenschappen/geschiedenis; ECHA-specialiste (WWU Münster, 2024).