Kennisbank

‘Jouw Begaafde Leerling’

Titel: Jouw Begaafde Leerling
Auteur: Franka van Vlokhoven
Uitgeverij: Koninklijke van Gorcum/ Begaafd in Beeld
Jaar: 2019
ISBN: 9789023256458
Meer info: https://begaafdinbeeld.nl/

Samenvatting
Franka van Vlokhoven’s Jouw begaafde leerling biedt praktische inzichten voor leerkrachten en intern begeleiders om (hoog)begaafde leerlingen te signaleren en ondersteunen. Het boek bespreekt kenmerken, uitdagingen zoals perfectionisme en faalangst, en strategieën zoals compacten en verrijken, met aandacht voor executieve functies en dagelijkse onderwijspraktijk. Verrijking varieert van ‘brainsnacks’ tot filosofielessen, terwijl hindernissen zoals leerstoornissen en onderpresteren belicht worden. Dit toegankelijke en praktijkgerichte boek helpt onderwijsprofessionals een veilige en stimulerende leeromgeving voor begaafde leerlingen te creëren.

Het boek
In de inleiding van haar twaalf hoofdstukken tellende werk stelt Franka van Vlokhoven dat het niet noodzakelijk is om een volledige studie te hebben naar hoogbegaafdheid, maar dat een gezonde interesse en openheid tot leren van je leerlingen wel van enorm toegevoegde waarde zal zijn.

Van Vlokhoven benoemt in haar tweede hoofdstuk een reeks mens-intrinsieke kenmerken van hoogbegaafdheid: ontwikkelingsvoorsprong, sterke schoolprestaties (niet noodzakelijk!), honger naar kennis, top-down leren, problemen analyseren en verbanden leggen, creatief denken, hekel aan automatiseren, behoefte aan autonomie, regelen en organiseren, sterk rechtvaardigheidsgevoel, bijzondere interesses, sociale hindernissen (vanwege wederzijds onbegrip met bijvoorbeeld klasgenoten) en zelfinzicht. Tevens worden de hoogbegaafheidsmodellen van Renzulli, Mönks en Heller besproken waarbij vanuit extern perspectief wordt gekeken naar kenmerken zoals IQ en het vlak waarop iemand hoogbegaafd zou zijn.

In het derde hoofdstuk staan leerlingprofielen centraal: de autonome zelfstandige leerling, de aangepaste succesvolle leerling, de onderduikende leerling, de creatieve denker, de creatief uitdagende leerling, de dubbel bijzondere leerling en de risicoleerling. Van Vlokhoven benoemt bij elk van deze leerlingen (on)opvallende elementen waardoor de leerkracht zich beter bewust is van de uitingen van gedrag en wat hier mogelijk achter kan liggen. Zo kan het in twijfel trekken van klassenregels voortkomen uit inconsequente toepassing of onlogische onderbouwing en is het niet direct ondermijnend bedoeld wanneer een begaafde leerling deze in twijfel trekt. Dat leerlingen intens kunnen zijn in hun emoties (hoogsensitief), veel prikkels nodig hebben (hoogstimulatief) of juist in beelden denken, komt ook met regelmaat voor bij de begaafde leerling.

Van Vlokhoven benadrukt in haar hoofdstukken 5 (observeren en signaleren) en 6 (binnen je groep) dat het heel belangrijk is om onbevangen te observeren en kleine signalen op te pikken. Hierbij is samenwerken met ouders van essentieel belang omdat zij hun kind het best kennen. Gedragsveranderingen thuis kunnen het resultaat zijn van activiteiten op school – voor het kind zijn dit geen gescheiden werelden! Ook het kind serieus nemen in wat het vertelt en toont is heel belangrijk (niet alleen voor het vertrouwen!). Dat een kind zich verveelt en daardoor ander gedrag vertoont, kan aanleiding zijn om lesstof te compacten zodat er meer uitdaging in zit en er minder (saaie!) herhaling hoeft te worden gemaakt. Executieve functies zoals plannen, sturen en controleren worden pas gestimuleerd en ontwikkeld op het moment dat deze voor het begaafde kind nodig blijken te zijn, dus de mogelijke onderontwikkeling hiervan wordt door het compacten en aangepaste lesprogramma ook gestimuleerd.

In hoofdstuk 8 biedt Van Vlokhoven een greep uit mogelijkheden om begaafde leerlingen uit te dagen. Het gaat hierbij met name om aangepaste opdrachten waarmee vaardigheden en opdrachten op een andere manier aangeboden worden. De uitdagende activiteiten worden elk begeleid door het benoemen van de vaardigheden en onderwijsbehoeften die bij de leerling bediend worden en hoe de activiteit praktisch ingezet kan worden binnen de klassencontext. In hoofdstuk 11 staan mogelijkheden om met de lesmaterialen die veel kleuterleerkrachten ter beschikking staan kleuters meer uitdaging te bieden (dit wordt nog verder uitgewerkt in het 2023-boek van Van Vlokhoven ‘Jouw begaafde leerling: kleuters’).

In hoofdstuk 9 en 10 staan ‘hindernissen’ en ‘versnellen?’ centraal. Er wordt bewust gekozen voor het woord ‘hindernissen’ in plaats van ‘belemmeringen’ omdat het zou suggereren dat er iets ‘mis zou zijn’ (p. 16); Van Vlokhoven benadrukt namelijk dat de begaafde leerling vaak strategieën kan ontwikkelen of heeft ontwikkeld om belemmeringen of leerstoornissen te verbloemen. Gedragsstoornissen, moeite met lezen/rekenen, faalangst, of de mindset (growth/fixed), maar ook onderpresteren en een negatief zelfbeeld passeren elk kort de revue. De opzet van het hoofdstuk is niet om deze allemaal tot aan de bodem te onderzoeken, maar bewustwording te creëren dat deze een rol kunnen spelen in de uitwerking van gedrag en leerprestaties.

Het totaalpakket aan “wat de leerling meebrengt” kan ertoe leiden dat er gesprekken nodig zijn om te onderzoeken of de leerling zou kunnen versnellen. Hierbij spelen veel factoren een rol zoals cognitieve, sociale en emotionele aspecten en executieve functies. Veelal zal een leerling dat waar een hiaat is snel oppikken. Overleg tussen begeleiding, leerkrachten en ouders is belangrijk om te voeren, alvorens de leerling zelf erbij betrokken wordt en naar diens wensen en mening gevraagd wordt. Versnellen kan soms meerdere keren nodig blijken; wat in elk geval cruciaal is, is deskundige begeleiding.

Conclusie
Dit werk is in het bijzonder geschikt voor mensen werkzaam in het basisonderwijs: leerkrachten en onderwijsondersteuners die willen leren hoe zij begaafde kinderen in de klas kunnen herkennen, ondersteunen, begeleiden en uitdagen. Het boek biedt veel dagelijkse voorbeelden, waarbij de crux ligt in het oordeelloos observeren en het zonder oordeel bevragen van de leerling naar het waarom. De logica van de begaafde leerling zal vaak versteld doen staan vanwege het onverwachte, niet-standaard antwoord, maar biedt tegelijkertijd een mooie uitdaging aan de leerkracht om zelf meer te leren en deze antwoorden te leren waarderen. Het boek is vlot geschreven en nodigt uit tot diepere gesprekken tussen leerkrachten op school, waarbij observaties kunnen worden uitgewisseld. Dit boek geniet een warme aanbeveling voor de leerkrachtenbibliotheek op school.

C. Annemieke Romein

Gepromoveerd historica (2016); wetenschappelijk onderzoekster aan de UTwente op het snijvlak van digitale geesteswetenschappen/geschiedenis; ECHA-specialiste (WWU Münster, 2024).

 

Naast ‘Jouw begaafde leerling’, hebben we ook een recensie over ‘Jouw begaafde kleuter‘.