Titel: Jouw Begaafde Leerling: Kleuters
Auteur: Franka van Vlokhoven
Uitgeverij: Begaafd in Beeld
Jaar: 2023
ISBN: 978-94-6481-166-7
Meer info: https://begaafdinbeeld.nl/
Samenvatting
“Jouw begaafde leerling – Kleuters” van Franka van Vlokhoven richt zich specifiek op het herkennen en begeleiden van kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong/ die mogelijk meer of hoogbegaafd zijn. Het boek biedt praktische handvatten voor leerkrachten om deze jonge leerlingen te ondersteunen. Van Vlokhoven bespreekt het creëren van een rijke leeromgeving, het inrichten van uitdagende speel- en werkhoeken en het belang van passende begeleiding om het potentieel van deze kleuters optimaal te benutten. Daarnaast behandelt ze onderwerpen zoals signalering, differentiatie en het voorkomen van onderpresteren bij begaafde kleuters.
Het boek
“Jouw begaafde Leerling: Kleuters” van Franka van Vlokhoven is een diepgaand en praktijkgericht werk dat in twaalf hoofdstukken de complexe wereld van begaafde kleuters verkent. Het boek opent met een cruciaal hoofdstuk over het “waarom” van vroege herkenning. Van Vlokhoven legt hier helder uit hoe kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong of begaafdheid gedesillusioneerd kunnen raken wanneer hun schoolervaring niet aansluit bij hun verwachtingen van “lekker leren”. Dit kan leiden tot frustratie, aanpassingsgedrag zoals kinderachtig taalgebruik, of zelfs ongewenst gedrag. De auteur benadrukt dat een open en accurate inschatting van deze kinderen essentieel is voor hun ontwikkeling en legt uit hoe professionals dit kunnen bereiken.
In het tweede hoofdstuk maakt Van Vlokhoven een belangrijk onderscheid tussen een ontwikkelingsvoorsprong (specifieke kennis van thuis) en begaafdheid. Ze onderbouwt dit grondig met de theorieën van Renzulli, Mönks en Heller, waarbij ze kritisch aantekent dat een voorsprong vaak verdwijnt rond groep 3. Deze nuance is belangrijk voor leerkrachten om rekening mee te houden bij hun beoordeling en aanpak. Het derde hoofdstuk behandelt de cruciale overgang van peuterspeelzaal naar basisschool, met praktische adviezen over warme overdracht en het verkrijgen van relevante informatie tijdens inschrijving en kennismakingsgesprekken. De auteur biedt hier concrete voorbeelden van effectieve vraagstellingen die verder gaan dan administratieve formaliteiten.
De daaropvolgende hoofdstukken bieden een rijk scala aan praktische handvatten. Hoofdstuk vier beschrijft uitgebreid de kenmerken van begaafde kleuters, zoals rijk taalgebruik, een sterk geheugen, opvallende taakgerichtheid en een duidelijke behoefte aan uitdaging. Van Vlokhoven maakt hier nadrukkelijk onderscheid tussen aangeleerde trucjes en echt begrip, wat essentieel is voor een juiste inschatting van de leerling. In hoofdstuk vijf en zes worden concrete observatietechnieken en uitdagingsmogelijkheden besproken, compleet met waarschuwingen voor veelvoorkomende valkuilen. Hoofdstuk zeven gaat dieper in op de ontwikkeling van executieve functies bij deze specifieke groep, waarbij de auteur uitlegt hoe sommige vaardigheden nog niet ontwikkeld zijn omdat ze simpelweg nog niet nodig waren.
Een bijzonder waardevolle toevoeging vormt hoofdstuk negen, waarin maar liefst 99 praktische interventies worden beschreven die toegepast kunnen worden in verschillende hoeken van de kleuterklas. Deze interventies zijn zorgvuldig ontwikkeld en zodanig opgezet dat ze de ontwikkeling van reguliere leerlingen niet belemmeren, maar juist kunnen verrijken. De laatste hoofdstukken richten zich op specifieke vaardigheden: hoofdstuk tien behandelt het uitvoeren van kleine onderzoekjes op kleuterniveau, waarbij rekening wordt gehouden met individuele vaardigheden en behoeften. Hoofdstuk elf focust op leesontwikkeling en boeken maken, met praktische voorbeelden van hoe kleuters zelf kunnen beginnen met lezen in de klas, los van eventuele thuisgeleerde vaardigheden. Hoofdstuk twaalf sluit af met een diepgaande kijk op rekenkundige concepten, waarbij opnieuw de nadruk ligt op echt begrip in plaats van mechanisch leren.
Het boek wordt gecompleteerd met een uitgebreide literatuurlijst en informatie over de auteur, waarmee het een complete en onmisbare gids vormt voor onderwijsprofessionals die werken met begaafde kleuters. De combinatie van theoretische onderbouwing en praktische toepasbaarheid maakt dit werk tot een waardevol instrument in het herkennen en begeleiden van begaafde kleuters.
Conclusie
Dit boek is een waardevolle aanwinst voor leerkrachten en klassenondersteuners in het basisonderwijs, met name door de heldere schrijfstijl en directe aansluiting bij de dagelijkse onderwijspraktijk. De auteur, Franka van Vlokhoven, put uit een rijke onderwijservaring en illustreert haar inzichten met treffende voorbeelden van kleuters die net even anders denken of redeneren dan hun leeftijdsgenoten. Deze voorbeelden zetten aan tot nadenken en zijn direct herkenbaar voor onderwijsprofessionals.
Een belangrijke kracht van het boek ligt in de praktische handvatten die worden aangereikt om leerlingen die extra uitdaging nodig hebben vroegtijdig te herkennen. Van Vlokhoven benadrukt terecht dat deze signalering vanaf het allereerste begin – idealiter al bij de aanmelding van de leerling – moet plaatsvinden. Dit is cruciaal, want wanneer deze leerlingen hun talenten eenmaal gaan verbergen, wordt het aanzienlijk moeilijker om hun vertrouwen te herwinnen en hun capaciteiten weer tot bloei te laten komen.
Het boek onderscheidt zich door de combinatie van theoretische onderbouwing en praktische toepasbaarheid, waarmee het een waardevol instrument is voor iedereen die werkt met jonge kinderen die mogelijk meer uitdaging nodig hebben in hun onderwijsaanbod.
Een belangrijke kanttekening bij het boek betreft de informatie over intelligentieonderzoek bij jonge kinderen. Het eerste hoofdstuk stelt dat betrouwbaar IQ-onderzoek pas mogelijk is vanaf 6,5 jaar, waarbij alleen de WPPSI-IV-NL als beschikbare test wordt genoemd. Deze informatie is echter niet volledig accuraat. Sinds 10 maart 2021 is er namelijk een nieuwe test beschikbaar: de KIQT+ van SCALIQ. Deze test is gevalideerd en wordt als betrouwbaar beschouwd voor kinderen vanaf 5 jaar tot 11 jaar. Dit biedt dus een belangrijke aanvullende mogelijkheid voor het in kaart brengen van intelligentie bij jonge kinderen, die in een toekomstige uitgave van het boek zou kunnen worden meegenomen.
C. Annemieke Romein
Gepromoveerd historica (2016); wetenschappelijk onderzoekster aan de UTwente op het snijvlak van digitale geesteswetenschappen/geschiedenis; ECHA-specialiste (WWU Münster, 2024).
