Titel: Is het voor een cijfer? Hoe jongeren meer kunnen leren met minder stress
Auteur: Johannes Visser
Uitgeverij: De Correspondent
Jaar: 2023
ISBN: 9789493254381
Overig: https://decorrespondent.nl/cp/ishetvooreencijfer
Samenvatting
In deze uitgave van de Vonkjes-reeks staat motivatie in het onderwijs centraal, met name het contrast tussen extrinsieke en intrinsieke motivatie. De auteur constateert dat het huidige onderwijs te sterk leunt op toetsen en cijfers, waardoor leerlingen vooral leren voor prestaties in plaats van uit eigen interesse. Het werk bouwt voort op onderzoek van Deci, die stelt dat intrinsieke motivatie ontstaat uit een combinatie van autonomie, competentie en verbondenheid.
Visser doet verschillende voorstellen om het onderwijs te verbeteren. Naast praktische suggesties zoals minder toetsen, meer persoonlijke feedback en meer keuzevrijheid voor leerlingen, presenteert hij ook verstrekkende ideeën zoals het afschaffen van bepaalde vakken en zélfs het eindexamen. Hij plaatst daarbij wel kanttekeningen bij concepten als brede brugklassen en onbegeleide autonomie. Ook stelt hij voor om de toegang tot cijfers voor ouders te beperken en meer aandacht te besteden aan het verminderen van stress in de leeromgeving.
Het boek
Dit compacte boek van 120 pagina’s vormt een doordacht betoog voor een fundamentele herziening van het onderwijs. De auteur heeft zich verdiept in de ontstaansgeschiedenis van het massa-onderwijs sinds de 19e eeuw, bestudeerde motivatietheorieën uit de psychologie en onderzocht alternatieve onderwijsvormen in Nederland. Zijn centrale vraag is waarom “is het voor een cijfer?” zo dominant is geworden in het huidige onderwijs.
Recent onderzoek onder 20.000 leerlingen toont aan dat middelbare scholieren gemiddeld 102 cijfers per schooljaar krijgen (2022-2023), wat neerkomt op ongeveer vier toetsmomenten per week. De feedback richt zich vrijwel uitsluitend op prestaties, waarbij persoonlijke groei en bestaande competenties vaak buiten beschouwing blijven. Het boek identificeert drie essentiële ingrediënten voor persoonlijke groei en zelfontwikkeling:
- Autonomie
- Competentie
- Verbondenheid
Wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan, krijgen leerlingen meer controle over hun talentontwikkeling en verschuift de focus naar groei in plaats van het halen van voldoendes voor vakken die mogelijk buiten hun interessegebied liggen. Dit bevordert het gevoel van zelfcontrole en eigenwaarde.
De rol van cijfers is volgens Visser problematisch omdat ze gedrag sterk beïnvloeden, vooral wanneer er minimale eisen gelden voor bepaalde vakken. Leerlingen verbinden emoties aan deze meetinstrumenten, wat kan leiden tot stress en psychische problemen. Deze situatie wordt versterkt doordat ouders zich tegenwoordig twee keer zo intensief met de opvoeding bemoeien als in de jaren ’80, mede gefaciliteerd door digitale cijfersystemen die continue monitoring mogelijk maken.
Een opmerkelijke praktijk die Visser bekritiseert is het voorlezen van cijfers in de klas – iets wat in een professionele werkomgeving ondenkbaar zou zijn. Hij benadrukt dat effectief leren gebaat is bij persoonlijke feedback en aandacht. Echter, binnen het huidige systeem van massa-educatie is individuele begeleiding nauwelijks mogelijk, omdat docenten vast zitten in een keurslijf van verplichte lesstof en prestatiegebonden overheidsfinanciering.
Hoewel sommige leerlingen gedijen bij cijfers vanwege de regelmatige dopamine-boost die goede resultaten geven, waarschuwt Visser dat dit slechts tijdelijke motivatie biedt. Op lange termijn ondermijnt dit systeem de intrinsieke motivatie, wat schadelijk is voor creativiteit, interesse en probleemoplossend vermogen. Hij pleit daarom voor een heroverweging van het gebruik van cijfers en wijst op alternatieven zoals het profielwerkstuk of het agora-schoolmodel, waar leerlingen meer autonomie hebben in hun leerproces.
Betekenisvol leren ontstaat volgens Visser wanneer leerlingen zelf kiezen zich te ontwikkelen. Dit leidt niet alleen tot hogere motivatie, maar ook tot betere verankering van de lesstof. In het huidige systeem dicteert het cijfer wat belangrijk is en wat als ‘juist’ wordt beschouwd, waardoor diepgang en eigen verantwoordelijkheid voor het leren ontbreken.
Visser concludeert dat scholen die leerlingen meer autonomie en verantwoordelijkheid geven een ‘Beter Leven Keurmerk’ zouden verdienen. Hij merkt op dat onderwijsinstellingen die zich losmaken van het traditionele systeem vaak die zijn die niet afhankelijk zijn van overheidsfinanciering. Zijn pleidooi mondt uit in twee concrete voorstellen: onderwijs dat beter aansluit bij de interesses van leerlingen en de oprichting van een vakbond voor leerlingen.
Conclusie
Dit boek overtuigt door zijn heldere en toegankelijke betoogtrant – al gaat het hier en daar té kort door de bocht wat betreft mogelijke oplossingen. De beschreven problematiek sluit nauw aan bij de ervaringen van hoogbegaafde leerlingen in het onderwijs en biedt waardevolle inzichten in de oorzaken van afnemende motivatie. Hoewel de nadruk ligt op het middelbaar onderwijs, zijn dezelfde uitdagingen ook zichtbaar in het basisonderwijs, waar prestatiedruk eveneens een groeiend probleem vormt.
Voor iedereen die de fundamentele knelpunten in ons onderwijssysteem wil doorgronden, is dit werk een must-read. Het is in het bijzonder relevant voor beleidsmakers, onderwijsbestuurders en schooldirecties in zowel basis- als voortgezet onderwijs. Daarnaast is het een eye-opener voor ouders die zich misschien niet bewust zijn van de druk die ze creëren door standaard naar cijfers te vragen in plaats van interesse te tonen in wat hun kinderen daadwerkelijk hebben geleerd en hun drijfveren.
C. Annemieke Romein
Gepromoveerd historica (2016); wetenschappelijk onderzoekster aan de UTwente op het snijvlak van digitale geesteswetenschappen/geschiedenis; ECHA-specialiste (WWU Münster, 2024).
