Titel: Thuisonderwijs
Auteur: Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs (NVvTO)
Uitgeverij: NVvTO
Jaar: Mei 2026
Meer info: (Nieuwe) Donateurs (vanaf eenmalige steun van 20 euro) en leden van de NVvTO ontvangen dit magazine op de mat; www.thuisonderwijs.nl .
Samenvatting
Het onderwerp ‘thuisonderwijs’ staat de laatste tijd met enige regelmaat in de schijnwerpers. Hierbij domineert het negatieve sentiment – zoals de auteurs van het voorliggende werk stellen: ‘onbekend maakt onbemind’. Dit maakt – deels – direct duidelijk waar het probleem zit: met ongeveer 2.500 kinderen waarvan de ouders onder artikel 5 onder b van de Leerplichtwet (Lpw) vrijstelling hebben gekregen (wegens ‘richtingbezwaar’) van de Leerplicht, is de kans dat je iemand direct in je omgeving kent, redelijk klein.
De groep kinderen die noodgedwongen thuisonderwijs krijgen omdat de school zich handelingsverlegen heeft verklaard, of omdat school niet passend blijkt te zijn (denk o.a. schooltrauma of hoogbegaafdheid) is groter dan de groep die valt onder art. 5 onder b Lpw. Wanneer het kind weet tot leren kan komen en nog steeds geen passend onderwijs binnen school of samenwerkingsverband kan worden gevonden, kan ook ruimte ontstaan om thuisonderwijs te geven.
De NVvTO pleit voor thuisonderwijs als wettelijk erkende onderwijsvorm, als keuzemogelijkheid voor ouders, met passend en proportioneel toezicht. Zo kan, vergelijkbaar met vele landen elders in de wereld, door iedere ouder (al dan niet tijdelijk) voor thuisonderwijs worden gekozen en zou het niet nodig zijn om bij schoolgang, alvorens die keuze te kunnen maken, eerst volledig vast te lopen binnen het huidig onderwijssysteem.
De NVvTO is een vereniging die al 25 jaar thuis is in leren. Zij staan voor kwalitatief goed onderwijs en bieden daartoe onder meer workshops (ook voor wie thuisonderwijs overweegt, om te informeren), thema avonden, intervisie voor ouders, leermiddelen (zoals ook een school dat kan bestellen). Ook beschikkel zijn met zo’n 1.450 gezinnen die lid zijn over een groot netwerk. Zij hebben een online community met een online agenda en werken met regiocontacten, zodat gezinnen onder meer een sociaal netwerk van thuisonderwijzers kunnen opbouwen. Daarnaast zijn zij gesprekspartner in politiek Den Haag, maar ook in contact met veel andere organisaties.
Het magazine
In het magazine zijn portretten van gezinnen die thuisonderwijs geven te vinden. Persoonlijke verhalen en een inkijkje in het leven van thuisonderwijzers. Ook kinderen en professionals komen aan het woord: hoe staan zij tegenover thuisonderwijs? Naar school gaan is een door de maatschappij en wet opgelegde norm. Nederland kent (net als Duitsland) schoolplicht, geen leerplicht; terwijl in de rest van Europa leerplicht geldt en geen schoolplicht. Dit onderscheid is cruciaal en in dit tijdschrift een veelgebruikt – onderliggend argument: het onderwijs zoals aangeboden in Nederland is niet per definitie passend voor elk kind. Het sluit niet noodzakelijkerwijs aan bij overtuigingen, behoeften, en interesses. Er zijn veel vooroordelen tegen thuisonderwijs waarbij de sociale ontwikkeling van kinderen vaak als belangrijkste naar voren komt. Het magazine van de NVvTO laat zien dat er verschillende netwerken zijn waar ouders (en kinderen) elkaar treffen en in uitwisselen en dus juist veel sociale contacten leggen; thuisonderwijzers zijn verre van veel thuis. Ook komt er een stukje uitstroom in beeld: ook met thuisonderwijs kan een kind een regulier middelbare school diploma behalen en gaan studeren.
Natuurlijk is ook kwaliteit een onderwerp van aandacht. Waar ouders handelen vanuit het belang van hun kind, willen zij ook graag kwalitatief goed onderwijs leveren. In dit magazine wordt aandacht besteed aan het diverse lesmateriaal wat gebruikt wordt, de alternatieve onderwijsvormen (o.a. stages, musea bezoeken) maar ook de Stichting Keurmerk Thuisonderwijs komt aan het woord. Deze Stichting beoordeeld onderwijsplannen van de ouders.
Conclusie
De ouders en kinderen die aan het woord komen zijn uiteraard positief over hun keuzes. Daarmee geeft dit tijdschrift een broodnodig ‘bottom-up’ verhaal en zichtbaarheid aan een kleine, veelal succesvolle groep. Wat echter ook opvalt is dat onderwijsspecialisten, juristen, en hoogleraren die aan het woord worden gelaten eveneens geen (grote) bezwaren zien t.a.v. thuisonderwijs. Thuisonderwijzers blijken mensen die elkaar keer op keer weten te vinden en de helpende hand bieden. Zij ondernemen veel gezamenlijk en zijn veel te vinden in bijv. musea en in de natuur, zo blijkt uit een in het magazine opgenomen artikel over de resultaten van onderzoek onder de leden. Het meest opzienbarende is misschien nog wel de stellingname van NVvTO zelf, die pleiten voor structureel toezicht vanuit de overheid. Dit is mogelijk opvallend omdat het in de huidige situatie functioneert onder art. 5 onder b Lpw, maar dit artikel staat onder druk. Via die weg ontbreekt enig formeel toezicht op het recht op onderwijs van het kind, iets wat met het erkennen van thuisonderwijs als onderwijsvorm en het wettelijk regelen hiervan wel mogelijk is: het in beeld verkrijgen van de uitwerking van het recht op onderwijs van de kinderen die thuisonderwijs ontvangen, juist door middel van passend toezicht.
C. Annemieke Romein
Gepromoveerd historica (2016); wetenschappelijk onderzoekster aan de UTwente op het snijvlak van digitale geesteswetenschappen/geschiedenis; ECHA-specialiste (WWU Münster, 2024).
